Specifiek aanbod

Is een specifiek aanbod voor allochtone jongeren nodig?

Is een specifiek aanbod voor allochtone jongeren nodig?
Nee, tweederde van de deelnemers aan de quickscan vindt een specifiek aanbod voor jongeren van niet-westerse afkomst niet wenselijk. Niet de etnisch gescheiden groepen vinden de deelnemers essentieel, maar de aandacht voor de culturele context. Wel kunnen ze zich iets voorstellen bij een seksespecifiek aanbod en bij een specifiek aanbod voor jongeren met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking.

  • Sekse van jongeren: jongens hebben een andere benadering nodig en hebben andere behoeften dan meisjes. Bovendien is een seksespecifieke training goed voor de veiligheid in de groep en voor de herkenning. Jongens zullen minder stoer doen en durven hun kwetsbaarheden en gevoelens eerder te laten zien en te bespreken. Anders gaan ze teveel overheersen, die neiging hebben ze al, maar zeker met meisjes erbij.
  • Het seksespecifiek werken (meisjes en jongens apart) maakt het makkelijker voor trainers om in te spelen op zowel de specifieke deelnemer als de groep als geheel.
  • Bij jongeren met auditieve beperking is niet etniciteit maar bijvoorbeeld een dovencultuur de verbindende cultuur.
  • Er zijn ook jongeren uit etnisch gemengde relaties of huwelijken. Die moeten niet bij voorbaat worden ingedeeld. Laat jongeren zelf bepalen.

Waarom vinden de trainers een specifiek aanbod niet wenselijk?

  • Weerbaarheid gaat over opkomen voor jezelf, met respect voor de ander. Daarom moeten jongeren van jongs af aan leren goed om te gaan met iedereen, ongeacht hun etnische achtergrond. De verschillen tussen jongeren helpen juist om meer begrip voor elkaar en elkaars situatie te krijgen en hun horizon te verbreden.
  • Jongeren leren divers te denken en te handelen. Ze leren van elkaar en gaan vervolgens reacties en ervaringen op elkaar uitproberen. Autochtone jongeren leren van jongeren uit migrantengezinnen. Migrantenjongeren hebben meer een lichaamscultus en vertrouwdheid met hun eigen lichaam. Er zijn bijvoorbeeld weinig Marokkaanse jongens die worden gepest. De keerzijde is de machocultuur onder sommige groepen allochtone jongens.
  • De groep is een oefenpodium. Een gemengd oefenpodium geeft meer oefenmogelijkheden. Dit alles leidt tot meer begrip en respect, voor jezelf en de ander.
  • Het gaat om het leren van etniciteitoverstijgende competenties.
  • Het is buitengewoon moeilijk om allochtone jongeren te bereiken zonder stigmatisering en afzondering.

Kan een specifiek aanbod bijdragen aan integratie?

Nee, volgens de trainers creƫert een specifiek aanbod juist onderscheid tussen jongeren. De nadruk moet niet liggen op verschillen maar juist op gelijke waarden en overeenkomsten. Die verschillen kunnen aan de oppervlakte groot lijken. Maar om de cultuurverschillen te overbruggen, moet je juist jongeren samen trainen, ongeacht hun etnische achtergrond. Bij te grote verschillen in sociaal-culturele problematiek, specifieke omstandigheden en behoeften zouden ze wellicht eerst apart kunnen trainen om vervolgens samen te doen.

  • Je moet leren omgaan met de verschillen die zich ook in de maatschappij manifesteren. Herkennen en erkennen dat er overeenkomsten en verschillen zijn.
  • Het is kunstmatig om jongeren in etnische aparte groepen in te delen als zij – gezamenlijk – opgroeien in Nederland. Dat is het geval in de meeste gevallen.
  • Ze leren meer van elkaar en leren begrip te hebben voor de verschillen in geloof, persoonlijke opvattingen, voorkeuren, kapsel, kledingmaat en etnische afkomst.
  • Een specifiek aanbod is niet nodig omdat een goede weerbaarheidstraining altijd aangepast is aan de doelgroep. Belangrijk is wel de kennis van cultuur. Een trainer die naast gemengde groepen ook trainingen aan alleen Marokkaanse en Antilliaanse jongens geeft: Over het algemeen kun je stellen dat problemen meer samenhangen met lage sociale economische status en laag onderwijsniveau dan specifiek met cultuur.

Waarom is een specifiek aanbod soms wel nodig?

Soms is een specifiek aanbod zinvol om de groep goed aan te laten sluiten bij een specifiek probleem van de groep. Het is ook zinvol als jongeren de taal niet spreken. Dit komt echter alleen voor bij vluchtelingenjongeren. Er zijn goede ervaringen met weerbaarheidstrainingen in azcs.
Het belangrijkste argument betreft de extra of dubbele spagaat waarin sommige jongeren van niet-westerse afkomst zitten in Nederland. De opvoeding is anders, de casussen zijn anders, maar ook familiebanden en de hiƫrarchie in de familie. Je hebt te maken met individuele versus collectieve waarden. De thuissituatie kan zo anders zijn dan op school en straat. Jongeren groeien op in twee culturen. Ze hebben te maken met de extra generatiekloof en extra zoektocht naar identiteit, aldus een trainer op een ROC die specifieke training gaf aan leerlingen van Iraakse, Iraanse Marokkaanse en Turkse leerlingen.

Terug